De verschillende vormen van coöperatieve vennootschappen

Een coöperatie is een economisch instrument en een manier van ondernemen, maar ook een rechtsvorm. In de wetgeving zijn er vier soorten vastgelegd:

  1. De coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa)
  2. De coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba)
  3. De coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk (cvoa-so of cvba-so)
  4. Europese coöperatieve vennootschap (sce)

1. De coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa)

De regels in verband met de oprichting, structuur, organisatie en werking van een cvoa zijn zeer soepel. Eigenlijk vereist de wetgever formeel gesproken vrijwel niets:

  • er is geen notariële oprichtingsakte nodig,
  • je bent zowat volledig vrij om te bepalen hoe je de vennootschap organiseert en hoe het bestuur en de Algemene Vergadering werkt,
  • en er is geen minimumkapitaal vereist.

Aan die vrijheid hangt een prijskaartje: de vennoten zijn hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk. Dus schulden die de vennootschap zelf niet kan betalen, kunnen bij elk van de vennoten gehaald worden, ook al hebben ze niks met de specifieke zaak te maken. Daarom is de cvoa vooral populair als een vennootschap van mensen die uit hoofde van hun beroep toch al hoofdelijk en onbeperkt aansprakelijk zijn, zoals artsen en advocaten.

 

2. De coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (cvba)

3. De coöperatieve vennootschap met sociaal oogmerk (cvoa-so of cvba-so)

4. Europese coöperatieve vennootschap (sce)